Ga naar de inhoud
Home/Blog/Data verzamelen/Moeilijk bereikbare doelgroepen werven: waarom een groter panel zelden helpt
Data verzamelen

Moeilijk bereikbare doelgroepen werven: waarom een groter panel zelden helpt

Een doelgroep is niet moeilijk bereikbaar omdat de groep klein is, maar omdat hij kort in aanmerking komt, niet vooraf te registreren is, of op geen enkel advertentieplatform te selecteren valt. Een groter panel lost dat zelden op: wie maar één week aan de criteria voldoet, zit er op het moment van je veldwerk waarschijnlijk niet in. De oplossing is niet meer voorraad maar gerichte werving: uitrekenen wat er werkelijk te halen valt, en die mensen opzoeken op de plek waar ze zich al verzamelen, online zowel als offline.

Bij de meeste studies is werving een administratieve stap. Je protocol staat, je goedkeuring is binnen, je plant het veldwerk en de deelnemers komen. Bij een klein deel van de studies gebeurt precies dat niet, en dan blijkt werving ineens de kritieke fase te zijn in plaats van een formaliteit. In deze gids leggen we uit waardoor dat komt, laten we met een rekenvoorbeeld zien waarom een groter panel dan niet helpt, en beschrijven we welke aanpak wel werkt.

Wat een doelgroep moeilijk bereikbaar maakt

De reflex bij een vastgelopen werving is bijna altijd dezelfde: het panel is te klein, dus we zoeken een groter panel. Soms klopt dat. Vaker is omvang niet het probleem en verandert een grotere database niets, omdat de moeilijkheid ergens anders zit.

In de praktijk zijn er zes redenen waarom een doelgroep zich niet uit een bestaand panel laat halen. Ze komen zelden alleen voor.

1. Het venster verschuift

Sommige criteria gelden maar kort. Een greep uit profielen waar we dit tegenkomen:

  • Ouders van een kind van vier tot zes weken oud
  • Werknemers in hun eerste honderd dagen bij een nieuwe werkgever
  • Mensen die in de afgelopen drie maanden verhuisd zijn en daarbij van energieleverancier wisselden
  • Patiënten in de eerste twee weken na een ingreep
  • Consumenten die net een eerste aankoop in een productcategorie deden

Wie vandaag past, past volgende maand niet meer, en wie volgende maand past zit vandaag nog niet in je bestand. Dit is veruit de zwaarste van de zes, en de minst herkende.

2. Het kenmerk mag je niet vooraf registreren

Gezondheidsgegevens, medicatiegebruik, een diagnose of een specifieke leefgewoonte zijn bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Een panel dat zijn leden daarop vooraf labelt en die labels jarenlang bewaart, loopt tegen de grenzen van de GDPR aan.

Denk aan criteria als: geen antibiotica in de afgelopen drie maanden, een diagnose prikkelbaredarmsyndroom, een vastgestelde lactose-intolerantie, gebruik van een specifiek geneesmiddel, of een zwangerschap in het tweede trimester. Stuk voor stuk volstrekt normale in- en exclusiecriteria, en stuk voor stuk dingen die niet als kolom in een consumentenpanel horen te staan.

Het gevolg is ongemakkelijk maar logisch: precies de kenmerken die jij nodig hebt, zijn doorgaans de kenmerken die een panel niet heeft.

3. De dichtheid is te laag

Een beroepsgroep kan groot genoeg zijn om iets zinnigs over te zeggen en tegelijk te dun gezaaid om uit een panel te vissen. De rekensom is simpel: een beroep dat een halve promille van de bevolking uitmaakt, levert in een panel van vijftigduizend leden gemiddeld vijfentwintig mensen op. Daarvan is een deel niet actief, een deel reageert niet, en een deel valt af op je overige criteria. Je houdt er een stuk of vijf over.

Profielen waar dit speelt: apotheker-titularis, ziekenhuisdiëtist, vroedvrouw in de thuiszorg, inkoper van verpakkingsmateriaal bij een voedingsproducent, melkveehouder met meer dan honderd dieren, IT-verantwoordelijke bij een lokaal bestuur.

4. Er is een geografische beperking

Moet een deelnemer fysiek langskomen, dan telt niet het totale aantal maar de dichtheid binnen een aanvaardbare reisafstand. Die afstand is soms strenger dan je denkt:

  • Een vers staal dat binnen twee uur na afname in het labo moet zijn, legt je straal vast op ongeveer een uur rijden
  • Sensorisch onderzoek waarbij iemand zes keer naar dezelfde testkeuken komt, vraagt om deelnemers die er in de buurt wonen of werken
  • Een meettoestel dat opgehaald en teruggebracht moet worden, verdubbelt het aantal verplaatsingen

Een landelijk panel dat op papier ruim volstaat, kan binnen dertig kilometer van je locatie leeg zijn. Een panel vertelt je dat meestal niet vooraf, omdat postcode lang niet altijd een filterbaar veld is.

5. De vraag gaat verder dan een vragenlijst

Een staal afgeven, veertien dagen een dagboek bijhouden, twee keer nuchter langskomen, een activity tracker dragen of een interview van negentig minuten thuis met opname: dat vraagt een ander soort ja dan tien minuten klikken.

Panelleden die zich hebben ingeschreven voor vragenlijsten, hebben zich niet hiervoor ingeschreven. Hun toestemming dekt het ook niet, dus zelfs als ze er theoretisch geschikt voor zijn, moet je ze opnieuw en anders benaderen.

6. De doelgroep is online nauwelijks te bereiken

Sommige groepen zijn structureel ondervertegenwoordigd op de kanalen waar je normaal werft. Tachtigplussers, mensen in armoede, anderstaligen, laaggeletterden en mensen zonder vaste woonplaats zijn online niet of slecht bereikbaar, en wie je er wél online van vindt, is per definitie het minst typische deel van de groep.

Dit is de enige van de zes die je niet met budget oplost. Je kunt je advertentiebestedingen verdubbelen en toch dezelfde mensen bereiken. Voor beleidsonderzoek, waar representativiteit vaak het hele punt is, is dit meestal de bindende beperking.

De rekensom die de meeste wervingen laat stranden

Van die zes onderschat men het verschuivende venster het vaakst, en het is nuttig om daar één keer de rekening van te maken. Neem een voedingsstudie die deelnemers zoekt onder pasgeborenen van ongeveer vijf weken oud, met daarbij een specifiek voedingspatroon als criterium, en met een staalafname bij één onderzoekslocatie.

Stap Wat er overblijft
Geboortes per jaar in België ongeveer 110.000
Kinderen die op dit moment in een venster van één week zitten ongeveer 2.100
Daarvan met het gezochte voedingspatroon (ruwweg een derde) 600 tot 800
Beperkt tot Nederlandstalig België ongeveer 350
Binnen een uur rijden van de onderzoekslocatie enkele tientallen
Daarvan bereid tot deelname met een fysieke component een handvol

En dat handvol bestaat volgende week uit andere gezinnen.

Waarom een groter panel hier niets oplost

Stel dat een panel honderdduizend leden heeft. Hoeveel daarvan hebben op dit moment een kind van precies die leeftijd, met dat voedingspatroon, binnen die straal? Dat zijn een paar mensen, en de kans dat die ook nog willen meedoen aan een studie met een fysieke component is klein. Verdubbel het panel en je verdubbelt die paar. Je lost er de zaak niet mee op.

Er komt nog iets bij: je kunt deze groep op geen enkel advertentieplatform selecteren. Er bestaat geen doelgroep “ouder van een kind van vijf weken met dit voedingspatroon”. Je adverteert naar jonge ouders in het algemeen en je hoopt dat de juiste erbij zitten, wat je kost per bruikbare deelnemer meteen een factor hoger legt dan je gewend bent.

Daarmee is adverteren voor dit profiel niet het hoofdkanaal maar het bijkanaal. Wat dan wel werkt, staat verderop onder Werven waar de mensen al zijn: in dit geval een consultatiebureau, een babyspeciaalzaak of een oudergroep, waar deze gezinnen zich wél vanzelf verzamelen.

De conclusie die eruit volgt

Je kunt niet werven binnen het venster. Tegen de tijd dat iemand je oproep ziet, erover nadenkt, zich inschrijft en gescreend is, is het kind zeven weken oud en valt het buiten je protocol.

Je moet dus werven vóór het venster. Dat betekent: mensen aanspreken op het moment dat ze er nog niet in zitten, hun toestemming vragen om ze later te benaderen, en ze in het venster laten groeien. Dat is een fundamenteel andere planning dan een wervingscampagne van vier weken, en het is de reden waarom dit soort studies vaak vertraging oploopt die niemand had ingecalculeerd.

Wat gerichte werving wel kan

Tegenover dat sombere rekensommetje staat een geruststellend gegeven: als een doelgroep wél te targeten is, gaat gerichte werving opvallend hard. Wij voerden een campagne voor een studie in de zorgsector die zich richtte op één beroepsgroep, een groep die permanent in aanmerking komt en op beroep te selecteren valt. Die campagne leverde in zesendertig dagen 367 aanmeldingen op. Dat is meer dan een algemene oproep in twee jaar oplevert.

Het verschil tussen die twee uitkomsten zit niet in het budget en niet in de creativiteit. Het zit in de vraag of je doelgroep vindbaar is. Een beroepsgroep is vindbaar: via vakverenigingen, via functietargeting, via vakmedia, via opleidingsinstituten. Een gezin met een kind van vijf weken is dat niet.

Wie deze twee situaties door elkaar haalt bij het offreren, verliest geld. De kost per deelnemer van een goed targetbare beroepsgroep is geen ijkpunt voor een profiel dat op geen enkele lijst staat. Het verschil is geen dertig procent, het is een orde van grootte.

Werven waar de mensen al zijn

Blijft de vraag wat je doet met een doelgroep die op geen enkel platform te selecteren valt, of die er helemaal niet zit. Dan draai je het om. Je zoekt niet naar een filter dat deze mensen selecteert, je zoekt de plek waar ze zichzelf al verzamelen.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want die plek is per profiel anders en zelden de plek waar je als eerste aan denkt.

Profiel Waar ze al samenkomen
Ouders van een pasgeborene Consultatiebureaus, babyspeciaalzaken, zwangerschaps- en babybeurzen, oudergroepen per geboortejaar
Tachtigplussers Woonzorgcentra, lokale dienstencentra, seniorenverenigingen, parochie- en gemeenteblaadjes
Mensen met coeliakie of een voedselallergie Glutenvrije en biowinkels, patiëntenverenigingen, gespecialiseerde webshops en hun nieuwsbrieven
Beroepsgroep met lage dichtheid Beroepsvereniging, vakbeurs, vakblad, bijscholingen en permanente vorming
Mantelzorgers Dienstencentra, thuiszorgdiensten, patiëntenverenigingen, wachtzalen
Hobbyisten en verzamelaars Speciaalzaken, clubs, beurzen, fora en groepen rond dat ene onderwerp

Wij zetten die kanalen ook echt in: een affiche in een speciaalzaak, een oproep in de nieuwsbrief van een vereniging, een stand op een vakbeurs, een infomoment in een dienstencentrum, een flyer bij de kassa. Voor sommige studies is dat een aanvulling op de advertenties. Voor de moeilijkste is het de hoofdmoot en zijn de advertenties het extraatje.

Een poortwachter geeft je geen ledenlijst

Dit is het onderscheid waar het in de praktijk op vastloopt, en het is belangrijk genoeg om expliciet te maken. Een woonzorgcentrum mag je geen bewonersgegevens bezorgen. Een vereniging mag haar ledenbestand niet doorgeven. Een apotheek mag niet vertellen wie welk middel afhaalt.

Wat ze wél mogen: een oproep ophangen, een bericht in hun eigen nieuwsbrief zetten, een infomoment toelaten, of een folder neerleggen. Het verschil is niet formeel maar fundamenteel. De deelnemer meldt zich in dat geval zelf aan, en de gegevens komen rechtstreeks bij ons terecht en niet via een tussenpersoon die ze niet mag doorgeven.

Praktisch betekent dat ook iets voor je planning: zo’n samenwerking regel je niet in drie dagen. Een vereniging heeft een nieuwsbriefkalender, een beurs heeft een datum, een woonzorgcentrum heeft een directie die erover beslist. Reken op weken, niet op dagen.

Deelnemers die deelnemers aanbrengen

Bij zeldzame profielen is de meest efficiënte vindplaats vaak een deelnemer die je al hebt. Wie coeliakie heeft, kent andere mensen met coeliakie. Wie een bepaald beroep uitoefent, zit in een groep met vakgenoten.

Methodologisch heet dat sneeuwbalsteekproef of respondent-driven sampling, en het is voor sommige populaties de enige werkbare weg. Het heeft een prijs: je steekproef gaat lijken op het netwerk van je eerste deelnemers. Dat is te ondervangen door met meerdere onafhankelijke startpunten te werken en bij te houden wie via wie binnenkwam, zodat je het effect achteraf kunt tonen in plaats van moeten verzwijgen.

Twee dingen die je hierbij niet mag vergeten

Zelfselectie is reëel en hoort in je rapport. Wie je werft in een glutenvrije speciaalzaak, is bewuster met zijn dieet bezig dan de gemiddelde persoon met coeliakie. Wie je werft in een dienstencentrum, is socialer actief dan de gemiddelde tachtigplusser. Dat maakt de werving niet fout, het maakt ze verklaarbaar. Wij houden per kanaal bij wie er binnenkwam, zodat die vertekening in de methodeverantwoording kan staan in plaats van onopgemerkt in je conclusies te zitten.

Geef elk kanaal zijn eigen ingang. Een affiche, een nieuwsbrief en een advertentie die allemaal naar dezelfde pagina wijzen, leveren één hoop aanmeldingen op waar je achteraf niets uit leert. Wij zetten per studie een eigen aanmeldpagina op en per kanaal een eigen ingang, zodat aan het eind zichtbaar is welk kanaal de bruikbare deelnemers leverde en welk kanaal vooral ruis opleverde. De volgende studie begint dan niet meer bij nul.

Panel, campagne of stroom: het profiel beslist

Uit het voorgaande volgt geen algemene voorkeur, maar een keuze die per studie anders uitvalt. Vier profielen naast elkaar, met de route die erbij hoort:

Profiel Wat het lastig maakt Route
Nederlandstalige consumenten van 25 tot 54 met kinderen niets Gewoon een panel. Sneller en goedkoper, en je betaalt niet voor het zoeken.
Vroedvrouwen in de thuiszorg lage dichtheid in eender welk consumentenpanel Gerichte campagne. Vindbaar via beroep, vakvereniging en vakmedia.
Volwassenen zonder antibiotica in de afgelopen drie maanden, binnen een uur van het labo kenmerk niet vooraf registreerbaar, plus een geografische grens Campagne op een breed publiek, gevolgd door screening op de criteria.
Ouders van een kind van vier tot zes weken venster van twee weken, niet te targeten Doorlopende stroom, aangevuld met vindplaatsen als consultatiebureaus en babyspeciaalzaken. Werven vóór het venster, benaderen zodra het opent.

De eerste rij staat er niet voor de vorm. Een flink deel van de studies waarvoor men ons belt, hoort daar thuis, en dan is ons advies om geen campagne op te zetten.

Waarom haalbaarheid vooraf berekenen loont

De rekensom hierboven kost een halve dag. Een werving die halverwege vastloopt kost een kwartaal.

Wij beginnen daarom niet met een offerte voor de werving, maar met een haalbaarheidsinschatting. Daar zitten vijf dingen in:

Hoeveel mensen er werkelijk voldoenHet aantal dat overblijft in België, binnen je taalgebied en binnen de straal die je studie toelaat. Niet het aantal op papier, maar het aantal dat je echt kunt benaderen.
Via welke kanalen ze bereikbaar zijnOnline zowel als offline, met per kanaal het aandeel dat je mag verwachten. Zo weet je vooraf welk kanaal de hoofdmoot draagt en welk de aanvulling is.
De verwachte kost per bruikbare deelnemerGerekend na screening en na uitval, dus niet per aanmelding. Bij een lastig profiel is dat verschil groter dan het verschil tussen twee offertes.
Hoeveel weken je nodig hebtDe doorlooptijd tot je aantal vol zit, inclusief de tijd die een afspraak met een vindplaats kost. Dat is de planning waarop je veldwerk moet rusten.
Welk criterium het meeste oplevertWelke ene versoepeling in je criteria je vijver het sterkst vergroot, met het effect erbij uitgerekend.

Dat laatste punt is in de praktijk het waardevolst. Een leeftijdsvork van twee weken naar vier weken oprekken verdubbelt je vijver. Een tweede onderzoekslocatie toevoegen kan hem verdrievoudigen. Een exclusiecriterium van drie maanden naar één maand brengen scheelt soms een factor twee. Dat zijn gesprekken die je met je opdrachtgever wil voeren in de ontwerpfase, niet in week zes van een veldwerkperiode.

Blijkt het profiel onhaalbaar binnen je budget of je planning, dan weet je dat voordat je eraan begint. Blijkt het haalbaar, dan weet je meteen waar je op kunt rekenen en waarop je de planning moet bouwen.

Wat bij de opdrachtgever blijft

Werving uitbesteden betekent niet dat de verantwoordelijkheid meeverhuist, en dat hoort ook niet. Vier dingen blijven bij de opdrachtgever:

Het protocol en de studieopzetWij werven op de criteria die daaruit volgen, wij stellen ze niet op. Het protocol bepaalt wat de studie achteraf mag beweren, en die keuze hoort bij wie de studie uitvoert.
De ethische goedkeuringOok die van het wervingsmateriaal zelf. Schrijven wij de advertentietekst, dan gaat die langs de opdrachtgever en langs het comité, niet andersom.
Het lichaamsmateriaalDe aanname, de bewaring en de verplichtingen die daarbij horen. Wij brengen de deelnemer tot bij de onderzoekslocatie, daar houdt onze rol op.
De medische in- en exclusiecriteriaTenzij uitdrukkelijk anders afgesproken, en dan met een verwerkersovereenkomst erbij. Zonder die afspraak toetsen wij ze niet.

Wij werven en screenen niet-medisch: bereikbaarheid, beschikbaarheid, motivatie, regio en de kans dat iemand daadwerkelijk komt opdagen. Die grens is er niet om ons in te dekken, maar omdat ze de verantwoordelijkheden legt waar ze horen en de gegevensstromen schoon houdt.

Een detail dat vaker misgaat dan je denkt

Een wervingsadvertentie is openbaar. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar het heeft een gevolg dat in de praktijk over het hoofd wordt gezien: het selectiecriterium staat er dan ook in.

Bij gevoelige criteria is dat onwenselijk en soms onverstandig. Een advertentie die publiek selecteert op een gezondheidskenmerk of een medicatiegebruik vertelt iedereen die hem ziet iets over wie er gezocht wordt, en kan bovendien in een ander regelgevend kader vallen dan je verwacht.

Het verschil in de praktijk:

Niet zo Wel zo
“Neem je medicatie voor je darmen? Dan zoeken wij jou voor een betaald onderzoek.” “We zoeken volwassenen voor een onderzoek over voeding en spijsvertering.”
“Rook je nog altijd? Doe mee en verdien een vergoeding.” “We zoeken deelnemers voor een onderzoek over dagelijkse gewoontes.”

In beide gevallen komt het gevoelige criterium in de screeningsvragen die na de aanmelding volgen. Je bereik wordt daardoor breder en je kost per deelnemer iets hoger, maar je boodschap blijft neutraal, je deelnemer wordt niet publiek gelabeld, en je blijft uit een discussie die je niet wil voeren.

Wanneer je dit niet nodig hebt

Is je doelgroep een gewone consumenten- of bedrijvengroep zonder tijdsvenster en zonder gevoelige criteria, dan is een panel sneller en goedkoper dan een campagne op maat. De werving is daar al gebeurd voordat je begint. Dat is dan de betere keuze, en het is ook wat wij dan adviseren.

Twijfel je aan welke kant van die lijn je studie valt, dan is dat precies de vraag die een haalbaarheidsinschatting beantwoordt.

Werving uitbesteden

Wij werven en screenen deelnemers voor onderzoek dat een ander uitvoert: onderzoeksbureaus, laboratoria, academische groepen en onderzoeksafdelingen in voeding, life sciences, farma, zorg, cosmetica en beleidsonderzoek.

Wij zijn daarbij niet gebonden aan één kanaal. Voor het ene profiel is een advertentiecampagne het snelste, voor het andere een affiche in een speciaalzaak, een oproep in het blad van een vereniging, een stand op een vakbeurs of een infomoment in een dienstencentrum. Welke mengeling het wordt, volgt uit het profiel en niet uit een vaste werkwijze.

Het begint altijd bij dezelfde vraag: is dit profiel vindbaar, en tegen welke prijs. Beschrijf ons het profiel dat je zoekt en tegen wanneer je het nodig hebt, dan rekenen wij het uit.

Davy Tollenaere CEO en lead researcher

Davy Tollenaere is CEO en lead researcher bij BABLR. Hij begeleidt marktonderzoekstrajecten van de eerste onderzoeksvraag tot het strategisch advies, en werkt zowel kwantitatief als kwalitatief voor bedrijven, overheden en organisaties in België.

Vragen over de methodologie van je onderzoek? Stel ze ons