Ga naar de inhoud
Home/Blog/Data verzamelen/De steekproefgrootte bepalen: hoeveel respondenten heb je nu echt nodig?
Data verzamelen

De steekproefgrootte bepalen: hoeveel respondenten heb je nu echt nodig?

Binnen kwantitatief marktonderzoek heerst een hardnekkig misverstand: je hebt duizend(en) respondenten nodig voor een representatief onderzoek. Alsof je met een gigantisch schepnet de oceaan moet bestrijken om een paar vissen te vangen. Maar is dat echt zo? Nee, hoor! In de meeste gevallen is een steekproef van honderden respondenten al voldoende om betrouwbare resultaten te behalen. Vergelijk het met een handje zand: een kleine hoeveelheid kan al een ​​verrassend nauwkeurig beeld geven van de hele kuststrook. Welke steekproefmethoden er bestaan en wanneer je ze het best inzet, lees je in ons overzicht van de soorten steekproeven.

Wat is een respondent?

Een respondent is de persoon die je vragenlijst invult of je interview beantwoordt. Samen vormen de respondenten je steekproef: de groep waarop je conclusies steunen. Het woord komt van responderen, antwoorden, en zegt dus iets over wie er reageert en niet over wie je had willen bereiken.

Dat onderscheid telt zodra je bepaalt hoeveel respondenten je nodig hebt. Je nodigt altijd een grotere groep uit dan er uiteindelijk antwoordt. Reken dus terug: begin bij het aantal antwoorden dat je wil overhouden en werk van daaruit naar het aantal mensen dat je moet aanschrijven.

Soorten steekproeven: selecte en aselecte steekproeven

Duik diep in uw doelgroep met gerichte selectieve steekproeven

Wilt u de specifieke kenmerken van een deel van uw doelgroep belichten? Dan is een selectieve steekproef (ook wel ‘gericht’ genoemd) de perfecte tool. Door te focussen op bepaalde criteria, zoals leeftijd, geslacht, locatie of interesse, verkrijgt u waardevolle inzichten in subgroepen. Denk aan:

  • Onderzoek naar de koopgewoontes van vrouwen tussen 25 en 40 jaar.
  • Analyse van de tevredenheid van klanten boven de 50 jaar.
  • Peiling van de politieke mening in een specifieke regio.

Met een selectieve steekproef verzamelt u gerichte data die direct relevant is voor uw niche. Zo bespaart u tijd en middelen, en verbetert u de nauwkeurigheid van uw onderzoek.

Representatieve data met aselecte steekproeven

Heeft u een breed beeld van uw gehele doelgroep nodig? Dan is een aselecte steekproef (ook wel ‘willekeurig’ genoemd) de juiste keuze. Door willekeurig elementen te selecteren uit de populatie, creëert u een steekproef die representatief is voor de gehele groep. Dit type steekproef is ideaal voor:

  • Het bepalen van de algemene tevredenheid met uw product of service.
  • Het analyseren van trends in de markt.
  • Het in kaart brengen van de algemene opinie over een maatschappelijk thema.

Met een aselecte steekproef vermijdt u vertekening en verkrijgt u een objectief beeld van uw doelgroep.

Enkele factoren die de steekproefgrootte bepalen

In de praktijk wordt vaak een vuistregel gehanteerd: hoe groter de steekproef, hoe betrouwbaarder de resultaten. Toch is dit te simplistisch. Het is belangrijker om te focussen op de gewenste nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van je onderzoek. Hier zijn enkele factoren die de grootte van de steekproef bepalen:

  1. Doel van het onderzoek: Wat wil je met je onderzoek te weten komen? Is een grove indicatie voldoende of heb je behoefte aan zeer nauwkeurige data?
  2. Populatiegrootte: Hoe groot is de doelgroep die je wil onderzoeken?
  3. Verwachte responsgraad: Hoeveel mensen van de geselecteerde respondenten zullen daadwerkelijk deelnemen aan je onderzoek?
  4. Foutmarge: Hoeveel afwijking van de werkelijke waarde is acceptabel?
  5. Betrouwbaarheidsniveau: Hoe zeker wil je zijn dat je resultaten betrouwbaar zijn?

Waarom een optimale steekproefgrootte cruciaal is

Een juiste steekproefgrootte is cruciaal voor elk succesvol marktonderzoek. Bij een te grote steekproef verspil je kostbare tijd en middelen. In veel gevallen staat er immers een kost tegenover elke extra ingevulde survey die je nodig hebt.

Daarentegen kan een te kleine steekproef zorgen voor niet statistisch significante resultaten. Het is dus heel belangrijk om hier de gulden middenweg in te vinden. Bij een online experiment speelt exact dezelfde afweging: reken daarom vooraf uit hoeveel bezoekers een A/B-test nodig heeft. Hoe klein het verschil is dat je nog wilt kunnen aantonen, de effectgrootte, bepaalt dat aantal mee. Om de ideale steekproefgrootte te bepalen bekijken we eerst enkele parameters: 

  1. Betrouwbaarheidsniveau

De betrouwbaarheid van een marktonderzoek wordt uitgedrukt in een betrouwbaarheidsniveau. Dit is de kans dat de steekproefresultaten overeenkomen met de werkelijke populatie. Een betrouwbaarheidsniveau van 95% betekent dat er 95% kans is dat de steekproefresultaten binnen een bepaalde marge van de werkelijke populatieresultaten vallen. Voor de meeste marktonderzoeken is een betrouwbaarheidsniveau van 95% meer dan prima.

  1. Foutmarge

De foutmarge is de maximale afwijking tussen de steekproefresultaten en de werkelijke populatieresultaten. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 5% is er 95% kans dat de steekproefresultaten binnen 5% van de werkelijke populatieresultaten vallen. Een kleine marge, een geruststellend idee!

  1. De populatiegrootte

De grootte van de doelgroep, ofwel de populatie, is een belangrijke factor die de optimale steekproefgrootte zal bepalen. Dit is logisch: hoe meer mensen er in de populatie zijn, hoe meer diversiteit er kan zijn en hoe meer respondenten je nodig hebt om een ​​nauwkeurig beeld te krijgen.

Nadat de grootte van de steekproef bepaald is, gaan we berekenen hoeveel enquêtes we moeten versturen om dit aantal te behalen. Om dit te bepalen, kijken we naar de ingeschatte respons. Als de steekproefgrootte bijvoorbeeld uit 300 mensen bestaat, en je een respons van 20% verwacht, dan dien je 1500 enquêtes uit te sturen. 

Na afloop van het onderzoek kan je de effectieve foutenmarge, gelinkt aan een bepaald betrouwbaarheidsniveau, van het uitgevoerde onderzoek berekenen. Dit is gebaseerd op het werkelijke aantal respondenten.

De betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de onderzoeksresultaten zijn alleen gegarandeerd als de steekproef representatief is voor de populatie en op een aselectieve (willekeurige) manier is getrokken. De steekproefgrootte is daarbij maar een van de knoppen: lees ook hoe betrouwbaarheid en validiteit samen de kwaliteit van je onderzoek bepalen.

Overzicht methodes steekproefgrootte berekenen

1. Bepalen van de steekproefomvang (meest gebruikte methode):

Deze methode is geschikt voor het bepalen van de steekproefgrootte wanneer je het gemiddelde of de proportie van een populatie wilt schatten. De benodigde informatie omvat:

  • Populatiegrootte (N): Het totale aantal elementen in de populatie waaruit je wilt steekproeven. Dit getal moet bekend zijn.
  • Betrouwbaarheidsniveau (Z): De mate van zekerheid die je wilt hebben dat de steekproefresultaten de populatie goed weerspiegelen. Dit wordt vaak uitgedrukt als een percentage, bijvoorbeeld 90% of 95%.
  • Foutmarge (E): De maximale afwijking tussen de steekproefschatting en de werkelijke waarde in de populatie die je wilt accepteren. Dit wordt ook vaak als percentage uitgedrukt.
  • Schatting van de populatieproportie (p, optioneel): Als je al een idee hebt van de verhouding van een kenmerk in de populatie (bijvoorbeeld het percentage mensen dat voor een bepaalde partij stemt), kan je dit gebruiken om de benodigde steekproef te verkleinen.

De formule om de steekproefgrootte te berekenen luidt:

n = (Z^2 * p * (1-p)) / E^2

Voorbeeld: Stel dat je de mening van de Nederlandse bevolking wilt weten over een nieuw product. Je weet niet precies hoeveel mensen er in Nederland wonen (N), maar schat dit op 17 miljoen. Je wilt een betrouwbaarheidsniveau van 95% (Z = 1.96) en een foutenmarge van 5% (E = 0.05). Je hebt geen idee van de populatieproportie (p).

Met deze informatie kun je de steekproefgrootte berekenen:

n = (1.96^2 * p * (1-p)) / 0.05^2 = 384.16

Aangezien je geen exacte waarde voor p hebt, neem je de conservatieve schatting van p = 0.5 (50% kans dat iemand voor het product is). Dit resulteert in:

n = (1.96^2 * 0.5 * (1-0.5)) / 0.05^2 = 384.16 ≈ 385

Je hebt dus een steekproefgrootte van 385 respondenten nodig om de mening van de Nederlandse bevolking over het product met een betrouwbaarheid van 95% en een foutenmarge van 5% te schatten.

2. Cochran’s formule (voor grote populaties):

Deze formule is een variant op de eerste en is bruikbaar wanneer de populatiegrootte erg groot is (N > 10.000). De formule is:

n = (Z^2 * Np * (1-p)) / (E^2 + Z^2 * p * (1-p))

Voorwaarden:

  • De populatiegrootte (N) is groter dan 10.000.
  • Je hebt een betrouwbaarheidsniveau (Z) en foutenmarge (E) gekozen.
  • Je hebt een schatting van de populatieproportie (p).

3. Steekproefcalculators:

Er zijn tal van online steekproefcalculators beschikbaar die je kunt gebruiken om de steekproefgrootte te berekenen. Je hoeft alleen de benodigde informatie in te voeren, zoals de populatiegrootte, het betrouwbaarheidsniveau en de foutenmarge.

Voorbeelden:

4. Intuïtieve schatting (met precisieverlies):

In sommige, specifieke gevallen kan je op basis van je kennis van de te bestuderen populatie en de doelstellingen van je onderzoek, een schatting maken van de benodigde steekproefgrootte. Dit is echter minder betrouwbaar dan de hierboven beschreven methodes.

Steekproefcalculator: bereken je steekproefgrootte

Vul je doelgroep, je foutmarge en je verwachte responsgraad in. De calculator rekent meteen uit hoeveel ingevulde vragenlijsten je nodig hebt, en hoeveel mensen je daarvoor moet uitnodigen. De formule eronder leggen we in het rekenvoorbeeld uit.

Het totale aantal mensen waarover je een uitspraak wil doen. Weet je dat niet, vul dan een ruime schatting in.
Hoe zeker je wil zijn dat het echte cijfer binnen je foutmarge valt. 95 procent is de norm.
De speling die je aanvaardt. Bij 5 procent en een uitkomst van 60 procent ligt het echte cijfer tussen 55 en 65.
Hoe verdeeld je de antwoorden verwacht. Weet je het niet, houd dan 50: dat geeft de veiligste, grootste steekproef.
Het aandeel genodigden dat de vragenlijst effectief invult. Bij een koude e-maillijst is 10 tot 20 procent realistisch.
370
ingevulde vragenlijsten nodig
1.850
uitnodigingen te versturen

Je hebt 370 ingevulde vragenlijsten nodig. Bij een responsgraad van 20 procent betekent dat ongeveer 1.850 uitnodigingen versturen.

Rekenvoorbeeld: de steekproefgrootte berekenen

De standaardformule voor een steekproef waarin je een percentage wil schatten, is:

n = (Z² × p × (1 − p)) / e²

  • Z is de z-waarde bij je betrouwbaarheidsniveau. Bij de gebruikelijke 95 procent is dat 1,96.
  • p is de verwachte verdeling. Weet je die niet, neem dan 0,5: dat is de voorzichtigste aanname en levert de grootste steekproef.
  • e is de foutmarge die je aanvaardt, bijvoorbeeld 0,05 voor vijf procent.

Met 95 procent betrouwbaarheid en vijf procent foutmarge kom je uit op (1,96² × 0,5 × 0,5) / 0,05² = 385 respondenten. Dat getal geldt voor een oneindig grote populatie, en het is precies waarom een landelijke peiling het zelden met duizenden mensen doet.

Wat de foutmarge kost

De foutmarge is de duurste knop waaraan je kunt draaien: hem halveren kost ongeveer vier keer zoveel respondenten.

Foutmarge Respondenten nodig
10 procent 97
5 procent 385
3 procent 1.068
2 procent 2.401

Bij een kleine populatie mag het minder

Bevraag je een afgebakende groep, bijvoorbeeld je eigen klantenbestand, dan corrigeer je met n / (1 + (n − 1) / N), waarbij N je totale populatie is. Bij vijf procent foutmarge levert dat:

Populatie Respondenten nodig
1.000 278
5.000 357
10.000 370
100.000 383
groter 385

Boven ongeveer honderdduizend maakt de omvang van je populatie dus nauwelijks nog verschil. Een steekproef van 385 mensen is voor Vlaanderen even betrouwbaar als voor heel Europa.

Waar de formule ophoudt

Deze berekening zegt iets over de hele groep, niet over de onderdelen ervan. Wil je je resultaten uitsplitsen naar provincie, leeftijdsgroep of klantsegment, dan heb je per uitsplitsing genoeg respondenten nodig, en loopt het totaal snel op. Reken daarom eerst uit welke uitsplitsingen je echt gaat maken. Dat is bij kwantitatief marktonderzoek vaker de bepalende factor dan de foutmarge zelf.

En een grote steekproef repareert geen scheve werving. Duizend respondenten die je allemaal via dezelfde nieuwsbrief binnenhaalde, geven een preciezer antwoord op een vertekende vraag.

Kwaliteit boven kwantiteit

Zoals je ziet, is het bepalen van de optimale steekproefgrootte een complex proces dat afhangt van verschillende factoren. Toch kan je met de juiste kennis en tools de perfecte balans vinden tussen betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en efficiëntie. Even bepalend is het meetinstrument zelf: lees daarom ook hoe je een vragenlijst opstelt die betrouwbare data oplevert.

Welke steekproefmethode je kiest, bepaalt trouwens net zo goed de betrouwbaarheid als het aantal: een aselecte trekking van driehonderd mensen zegt meer dan duizend zelfgeselecteerde respondenten.

Benieuwd naar hoe BABLR, als full-service marktonderzoekbureau, je kan helpen met alle aspecten van je onderzoek, van het ontwerpen van de enquête tot het analyseren van de data? Neem dan vandaag nog contact met ons op via het contactformulier en laat ons je helpen met het realiseren van jouw marktonderzoek.

Davy Tollenaere CEO en lead researcher

Davy Tollenaere is CEO en lead researcher bij BABLR. Hij begeleidt marktonderzoekstrajecten van de eerste onderzoeksvraag tot het strategisch advies, en werkt zowel kwantitatief als kwalitatief voor bedrijven, overheden en organisaties in België.

Vragen over de methodologie van je onderzoek? Stel ze ons